Op deze steenrots zal Ik mijn kerk bouwen

We willen graag weten hoe mensen over ons denken. Daar zit wel een risico aan. Het kan zomaar zijn dat anderen je minder hoog inschatten dan je had verwacht. Jezus vraagt in z’n eigen kring van leerlingen: “Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?” De leerlingen laten Hem weten wat er over Hem gezegd wordt. Dan richt Jezus zich rechtstreeks tot de leerlingen: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” Ze kunnen zich niet meer verschuilen om te zeggen wat mén vindt, ze moeten nu écht hun eigen eerlijke mening geven. Petrus lijkt het voortouw te nemen en antwoordt: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”. 

Dát wilde Jezus horen. Hij zegt tot Petrus: “Gij zijt Petrus en op deze steenrots (op jou) zal Ik mijn Kerk bouwen”. 

Jezus wil een goed fundament om er zeker van te zijn dat de Kerk niet omvalt. De basis moet een sterk fundament zijn, de Kerk wordt erop gebouwd door mensen die geloven in de Christus. De Kerk is niet het gebouw, maar de groep mensen die bouwen aan de Kerk van Christus. Mensen die oprecht hun geloof belijden en dat durven delen met anderen. Zo bouwen we een Kerk op, een gemeenschap van gelovige mensen. Een eenheid op een sterk fundament.  Jezus vraagt het ook aan ons: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?”

Wij mogen niet om die vraag heen draaien. Wij mogen aan Jezus en aan iedereen antwoorden: “U bent de Christus, de verrezen Heer in ons midden”. 

Dan zal Jezus zeggen: “Met en op jou zal Ik mijn Kerk bouwen”.

                                                                  emeritus diaken Gerrit Fennema