ALLES HEEFT ZIJN TIJD

 

(vrije vertaling van het boek Prediker 3, 1-8)

 

‘Alles heeft zijn tijd; voor alles wat er onder de hemel gebeurt, is er een vaste tijd. Een tijd van geboren worden en een tijd van doodgaan. Een tijd van planten en een tijd van oogsten. Een tijd van afbreken en een tijd van opbouwen. Een tijd van huilen en een tijd van heerlijk lachen. Een tijd van in rouw zijn en een tijd van plezier maken. Een tijd van zoeken en een tijd van verliezen. Een tijd van bewaren en een tijd van alles maar weggooien. Een tijd van zwijgen en een tijd van spreken’.

Alles heeft zijn tijd. Alles wat God heeft geschapen is goed op zijn tijd. Alles heeft zijn tijd. Geboren worden en doodgaan. We realiseren ons dat de tijd van samenzijn voorbij is gegaan. De tijd van samen leven met wie ons dierbaar waren, is verstreken. Het liefhebben, huilen, lachen, hopen en strijden zijn voorbij. Toen kwam de tijd van afscheid nemen. Soms te vroeg, soms na een lange weg, soms als een schok, soms als een opluchting, maar altijd met verdriet om wat voorbij is. Wij herinneren ons alle goede en mooie momenten. Wij herinneren ons de gezichten van onze dierbaren. Hun ogen die wij zagen, die ons zagen, die wij gezien hebben, die ons gezien hebben. Ogen die we nog zien als we aan hen denken… Wij herinneren ons hun namen, soms spreken we die naam uit. Dan een keer hardop, dan weer in stilte. We leggen bloemen op een graf. We steken een kaarsje aan. Dat doen we voor het licht dat zij waren en om het licht waarin ze zijn opgenomen bij God die al onze doden behoedt en behoudt. Het kaarsje brandt vooral om het licht dat zij altijd zullen zijn in ons hart.

 

                                                                  emeritus-diaken Gerrit Fennema