Onze kijk op mensen.

Een vader heeft twee zonen, zo horen we dit weekend in het evangelie. De ene zoon is het type ‘brave Hendrik’; een zeer beleefde en voorbeeldige jongen. De andere zoon is de ‘dwarsligger’. Altijd tegendraads en je hebt er niks aan. 

Maar schijn bedriegt. Als je ze volgt blijkt de eerste zoon een mooiprater te zijn: 

veel beloven, maar weinig doen. De andere zoon valt eigenlijk best wel mee. Hij zegt wel ‘nee, dat doe ik niet’, maar hij doet uiteindelijk wel wat hem gevraagd wordt.

Zo kunnen we ons op mensen verkijken, we kunnen ze heel gemakkelijk verkeerd inschatten. We drukken een stempel op hun gedrag, omdat wíj wel weten hoe het hoort en hoe het moet. Op basis van onze ervaringen rekenen we anderen af. Klopt dat wel of zitten wij er naast? Verkeerd gedacht. Verkeerd geoordeeld. Dat is ook vaak verkeerd beoordeeld en soms veroordeeld. En dan moeten we toegeven: “met de kennis van nu, had ik iets anders gezegd”. 

Dat is wel een erg slappe manier van zeggen: dat het je spijt, dat je iemand verkeerd hebt beoordeeld. Kijk eens naar jezelf en wees eerlijk: hoe vaak oordelen wij verkeerd? 

Onze mening, kunnen we beter voor onszelf houden. Ik zeg wel eens: “ik vind daar iets van”. Daar kwets ik niemand mee. Echt oordelen kunnen we beter aan God over laten. God doorziet mensen in hart en nieren. Wij kunnen dat niet, laat het oordeel dus maar bij God. Anders moeten we ook nog iets zeggen over wat Jezus ons in het evangelie voorhoudt: ‘dat hoeren en tollenaars het Rijk Gods eerder zullen binnengaan, dan de netjes afgeborstelde dames en heren’.

Wat leert Jezus ons? Wees voorzichtig met je oordeel over anderen.

                                                                  Emeritus-diaken Gerrit Fennema