Leven na de dood …
We worden allemaal geconfronteerd met de dood. Bij elk overlijden hebben we te
maken met rouw en verdriet. In het Evangelie van dit weekend is er verdriet bij
Martha en Maria, de zussen van Lazarus. Hun broer is gestorven. De zussen
zetten al hun hoop op Jezus. Want Hij kan hem tot leven wekken, zo geloven zij.
Van alle wonderen die Jezus verricht, is de opwekking van Lazarus misschien wel het grootste wonder. Het échte wonder is echter niet dat Lazarus uit de doden opstaat, maar het indrukwekkende geloof van Martha. Zij gelooft in Jezus en ze vertrouwt erop dat Jezus leven geeft na de dood.
Leven geven is graven openen, graven van verdriet en lusteloosheid.
Leven geven is zelf opstaan uit graven van passiviteit.
Het is een uitnodiging om in beweging te komen, om naar de ander gaan.
Zo ging iemand naar een weduwe, haar man was gestorven. Ze zat stilletjes in
de stoel. Haar ogen lieten haar verdriet zien. Toen vroeg de bezoeker haar: “wie was jouw man voor jou?” Ze keek op en begon over haar man te vertellen. Al pratend bracht ze hem tot leven. Langzaamaan stond haar man op in het hart van die vrouw. De liefde voor haar man had haar bevrijd van haar verdriet. Ze kreeg weer moed om verder te leven. Ze zag haar man die ook leefde.
Samen stonden de vrouw en haar bezoeker op, gingen naar buiten en dronken
een kop koffie op een terras. Het nieuwe leven moet gevierd worden.
diaken Gerrit Fennema