Ieder het zijne

“Geef aan de keizer wat de keizer toekomt. Geef aan God wat God toekomt”, antwoordt Jezus op een strikvraag die Hem gesteld wordt. Op de munten staat de beeltenis van de keizer, geef die dus aan de keizer en betaal de belasting. De vragenstellers weten waar ze aan toe zijn. Weten wij het ook?

Zoals bekend heeft elke munt een keerzijde. Dat zien we terug in het antwoord van Jezus. De munten dragen het beeld van de keizer. Dat is goed zichtbaar. 

‘Geef aan God wat God toekomt’, dat lijkt moeilijker. Want het beeld van God zien we niet altijd. Tenzij we met de ogen van ons hart kijken. Dan zien we Gods beeld en gelijkenis in mensen. Dat beeld herkennen we vooral in mensen die gewond zijn. Gewond door armoede. Gewond door eenzaamheid. Gewond door oorlogen. Gewond door natuurrampen. Gewond door van alles en nog wat. 

“Geef aan God wat God toekomt”, Jezus zegt het niet voor niets. Hij schudt ons wakker. Wij mogen geven aan wat God toekomt. Dat mogen we geven aan alle mensen die Zijn beeltenis dragen. Geef dan wat je te bieden hebt en dat kan van alles zijn: je geld, je talenten, je aandacht. Kijk naar die mensen, Gods mensen.

Twijfel niet, denk niet te lang na, laat je hart spreken. Doe wat je geweten je ingeeft, dan geef je God wat God toekomt. Dan luister je naar Gods Geest en zie je Zijn beeld en gelijkenis. Vaker dan het gezicht van de keizer. 

Mogen wij onze ogen hoopvol richten op Gods beeld en gelijkenis.

emeritus-diaken Gerrit Fennema